Wim Vromant zocht duidelijk inspiratie in oude bakerrijmen voor Wie heeft de wolken gemolken?, een fraai uitgegeven en niet onaardig geïllustreerde bundel. Andere dichters, zoals Ienne Biemans en Geert De kockere, putten wel vaker uit dat leeftijdloze, vaak nonsensicale en erg ritmische 'archief'. De klankrijke melodie, de vrolijke cadans in die oude rijmpjes en de absurde associatieve opbouw maken ze nog altijd erg aantrekkelijk. Imitatie kan een leuk effect hebben, maar houdt ook wel valkuilen in. Het kan allemaal weleens erg gezocht en artificieel gaan klinken, of het ritme wil wel vaker ergerlijk mank lopen. Nog erger wordt het, wanneer zo'n dichter op de folkloristische toer gaat met 'krommenaas' of 'De Schorre Schrik', bijvoorbeeld, of wanneer luchtigheid plots omslaat in tobberige bespiegelingen. Dan wordt het pas echt onzinnig gerijmel, waar niemand nog een boodschap heeft. Deze pastiche van het alombekende 'Lijsje leerde Lotje lopen in de lange lindelaan...' kon me alvast niet overtuigen: "Waar is Linde heengegaan?/ Wie weet waar Linde schuilt?/ Linde van de Lommerlaan./ Wie weet waarom ze huilt?" Dan toch veel liever het enige echte bakerrijmpje.
In Mijn pen heeft zin combineert Riet Wille brieven van ene Kaat met woord- en rijmspelletjes en korte gedichten voor beginnende lezers. Eenlettergrepige woorden en korte zinnetjes, dus, voor de technische leesbaarheid. De kleine schrijfster heeft duidelijk een hoop aan haar jonge hoofd: ouders uit elkaar, zure juf Saar, op Koen, en een mama die met Leen gaat. Wat een ellende! Therapeutisch schrijven, dus maar. De briefjes lopen over van de clichés in de gezochte en al te expliciete boodschappen. De woordspelletjes zijn dan weer best grappig en ook bruikbaar voor kleine taalverkenners. De erg vindingrijke illustraties van Anne Westerduin redden wat er te redden valt.
Ook weer mooi uitgegeven is Ik geef je een zoen, met een opvallende vormgeving, niet onaardige illustraties van Montse Gisbert en gedichten van Bette Westera. Kinderlief en -leed in vlotlopende versjes met soms verrassende, onverwachte pointes. Van baby tot stoere bink of meid, alle gevoelens krijgen hier in stijgende lijn een plek. Jammer van de wel erg nadrukkelijke en abstracte titels. Die hadden inventiever kunnen klinken dan de saaie en pedagogisch geïnspireerde categorieën 'Verdriet', 'Eenzaamheid', 'Boosheid', etcetera.
En dan, drie bundels voor puberende literatuurliefhebbers. Vind me maar van Ed Franck bevat 27 gedichten, ingedeeld in vier cycli, die telkens een Middelnederlands citaat als titel meekregen (onder meer uit het Antwerps Liedboek, en uit pseudo-Hadewijchgedichten). Franck bespeelt heel wat registers en lezerspublieken in deze bundel: van vlotte, soms lichtvoetige kinder- en puberverzen, over erg volwassen, haast 'belegen' liefdespoëzie tot nogal nadrukkelijk geëngageerde en moraliserende gedichten. De poëtische kwaliteit is al even wisselend. Al te voorspelbare beelden en taaltrucs, of zwaarwichtige, wat stroef en oubollig geformuleerde ontboezemingen, tussen soms verrassend mooie en virtuoos geschilderde impressies. Vaak relativeert Ed Franck een gevoelige en poëtische zegging met een ontnuchterende afknapper aan het eind. Zo raak je als lezer weleens op het verkeerde been gezet. Dat levert soms leuke effecten op - in 'engelen bestaan' bijvoorbeeld - maar die ingreep wordt tegelijk ook irritant voorspelbaar.
Hans Hagen publiceerde al twee indrukwekkende bundels voor jongelui. Salto natale en Ik schilder je in woorden behoren tot het beste van wat voor die lezers "tussen tafellaken en servet" werd geschreven. Zijn nieuwe, Maar jij, is wat minder evenwichtig en consistent, maar ook hier ontdek je weer een aantal prachtige gedichten. Zijn stijl is zuinig en sober en de zinnen lopen vaak in het ijle; er zijn maar weinig woorden nodig om grote gevoelens en kleine belevenissen en verkenningen ontroerend weer te geven. Er moet dan ook weleens tussen de regels worden gelezen. Net als Ed Franck gebruikt Hagen meerdere registers: vrij speelse en toegankelijke puberontboezemingen en luchtige woordenspielerei, naast vadergedichten die je in je diepste ziel raken. Eindigen doet Hans Hagen met een mooi gedicht over het schrijven zelf. "hoe lang/ moeten we zuinig zijn/ op de woorden die we zeggen/ schrijven, fluisteren/ hoeveel zijn er/ ons gegeven/ voor één leven/ een eindeloze berg/ of raken woorden/ net als kleurpotloden op/..." De prachtige, wat iele illustraties van Willemien Min vertolken perfect wat geschreven staat.
Echte jongerenpoëzie in een robuuste volwassen stijl vinden we dan weer in Geen houden aan van Kees Spiering, overigens terug te vinden op de longlist van de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2005. Over een dode hond, gaat het in Weiland zonder einde, en over de herinnering aan hoe die ooit was: "Langzaam viel hij naar het gras/ bleef nog even liggen/ toen nam de wind hem mee./ Voor het eerst waren ze even snel." Anekdotische poëzie vaak, met telkens een of andere beschouwing erbij: over vertrekkende vaders ("vaders zijn weg voor je het weet"), over een reizende accordeonist ("maar nu spreidt en sluit hij nog de zon/ uit zijn accordeon"), over een reis naar Ierland op zoek naar elfen, over manieren om de poes 's avonds binnen te laten ("Ga je de deur nu sluiten? Maar/ onderweg misschien, een meter/ nu? Nee. Nu? nee, of - nu?"), of over eerste verliefdheden, zussen met bh's en vriendjes, en over bejaarde opa's. Spiering tekent een herkenbare en geloofwaardige jongenstijd, met de grote en kleine overweldigende gevoelens die daarbij horen. Hij doet dat niet met irritante neerbuigendheid, maar hij slaagt erin naar het hoofd van zo'n warrige puber te verhuizen en daar, met vakmanschap, een en ander gevat en ritmisch te registreren. Ook hier weer vond illustratrice Olivia Ettema de geschikte toon in haar stevige prenten.
Kees Spiering & Olivia Ettema (ill.)
Geen houden aan
Querido
Vanaf 10 jaar
Hans Hagen & Willemien Min (ill.)
Maar jij
Querido
Vanaf 11 jaar
Ed Franck & Marcel Verbrugge (ill.)
Vind me maar
Querido
Vanaf 12 jaar
Bette Westera & Montse Gisbert (ill.)
Ik geef je een zoen
Hillen/De Eenhoorn
Vanaf 6 jaar
Riet Wille & Anne Westerduin (ill.)
Mijn pen heeft zin
De Eenhoorn
Vanaf 10 jaar
Wim Vromant & Dorus Brekelmans (ill.)
Wie heeft de wolken gemolken?
De Eenhoorn
vanaf 10 jaar