"Als
je een hond moet zijn, wees dan een teef." Dat is het devies van Sandra,
het 17-jarige hoofdpersonage in Foxy. Mijn leven als teef. En zij kan
het weten, want net als in De metamorfose van Kafka verandert zij om
een onverklaarbare reden van een al te losbandig meisje in een hond. De Britse
auteur Melvin Burgess krijgt alleen al daarom meteen een hoop moraalridders
op zijn dak. Want mag je als man wel ongestraft een jong meisje vergelijken
met een hitsige teef?
Burgess kreeg vroeger ook al opmerkingen over zijn boeken
voor jongvolwassenen, vanwege de expliciete seks- en geweldscènes en
het morbide wereldbeeld. Burgess repliceert steevast dat hij ervan overtuigd
is dat jongeren best wel fictie van de realiteit kunnen scheiden. Dat zijn
boeken inderdaad aanstootgevend kunnen zijn, maar niet wegens seks en geweld.
Veeleer door zijn kritische kijk op dat ongelukkige leven van hardwerkende
mensen. Zoals Sandra (Foxy, als hond) op een van de laatste bladzijden van
het boek overpeinst: "Ik was als mens nooit zo goed. Het is zo moeilijk!
Het is moeilijk, heel moeilijk om een mens te zijn. Ik lag daar op dat bed
en dacht: God, dit gaat nog zeventig jaar zo door! Zeventig jaar lang persen
mensen je in iets wat je niet bent. Zeventig jaar van woede en angst, je zorgen
maken om dingen waar je niets om geeft zoals proefexamens, zorgen om je uiterlijk,
of je leuk gekleed bent en of je gezicht schoon is en of je je moeder, of
je man of je kinderen ongelukkig maakt en wiens gevoelens je nu weer zal kwetsen.
Zeventig jaar 's morgens opstaan als je dat niet wilt en ergens heen gaan
waar je niet heen wil."
Sandra krijgt, in de gedaante van een hond, waar ze als
meisje naar verlangde: 'een leuke tijd'. Niet meer maar ook niet minder. Ze
is vrij, en beleeft periodes van absolute trouw aan haar baasje, en van wulpse
uitspattingen als ze loops is. Je krijgt enkele expliciete seksscènes
van mensen én honden (een zeer geloofwaardige krachttoer trouwens van
Burgess), maar veel omvangrijker, pagina's lang lees je over hoe een jong
meisje de wereld observeert, bang is voor de toekomst, zich compleet onbegrepen
voelt en de grenzen van het toelaatbare wil aftasten om zich af te zetten
tegen de heersende regels. De directe aanleiding voor Foxy, mijn leven
als teef was volgens de auteur de stress waarin zijn stiefzoon verkeerde
toen hij midden in de examens aan het eind van de middelbare school zat. Burgess:
"Ik vind dat ze verschrikkelijk veel moeten doen. Als ik die leeftijd
had zou ik woedend worden. Volgens mij hebben wij ouders te weinig geloof
in jongeren. Als we erop zouden vertrouwen dat ze hun leven zinnig zullen
leiden zouden we hen niet zoveel examens laten afleggen in zo korte tijd.
Het is onzin om het einde van je kindertijd op die manier door te brengen,
vind ik, ook al is een alternatief moeilijk te vinden."
Af zijn van de examenstress is een van de voordelen die
Sandra ondervindt nadat ze over de eerste schrik van haar mysterieuze gedaanteverwisseling
heen is. Melvin Burgess beschrijft prachtig hoe haar zintuigen aanscherpen,
hoe haar jachtinstinct geboren wordt, hoe opwindend de nachtelijke escapades
van een meute honden zijn. Gozer, een andere hond die ooit mens was, is er
absoluut van overtuigd dat het leven van een hond oneindig meer waard is.
Gozer zegt ergens over zijn gedaanteverwisseling: "Het was zo'n opluchting
omdat ik vastzat in die oude menselijke manier van denken, je weet wel: je
moet alles weten, je moet alles begrijpen." Bij Foxy (Sandra) ligt dat
moeilijker. Bij momenten is het meisje in de hond helemaal verdwenen, herkent
ze zelfs haar vriendin niet die ze toevallig op straat tegenkomt, maar heel
vaak krijgt ze heimwee. Naar haar familie, naar haar minirokjes en make-up,
naar vriendjes. Ze wordt afwisselend aangetrokken en afgestoten door het hond-zijn
en vindt slechts zelden rust. Die rusteloosheid blijft niet het hele verhaal
boeien, maar is wel noodzakelijk voor de boodschap die Burgess wil brengen:
het leven van de mens heeft wel degelijk mooie kanten ook.
Burgess: "Zelfs iemand die niet weet wat een allegorie
is, zal begrijpen dat mijn boek niet vertelt hoe je je leven moet leiden,
maar gewoon doet nadenken over hoe we werk en ontspanning een plaats geven
in ons leven."
Melvin Burgess krijgt niet alleen tonnen kritiek over zich
heen, ook lof. Voor Junk, een boek over jongeren die verslaafd raken
aan drugs, kreeg hij de Carnegie Medal, de belangrijkste Britse prijs voor
jeugdliteratuur. Boeken van Burgess geven aanleiding tot een discussie die
in de kinderboekenwereld steeds opnieuw de kop opsteekt: Is dit wel voor kinderen?
Wat mogen of kunnen jongeren lezen? Mogen ze meelezen met volwassenen of worden
ze beschermd tegen boeken die 'verderfelijk' zijn. Is het beter hen een overgang
te laten maken met 'speciaal voor de doelgroep' geschreven literatuur? De
vraag is dan: hoe moeten die boeken eruit zien. Beperken ze zich to 'brave'
tienerthema's zoals de eerste seksuele ervaringen, de onvermijdelijke generatiekloof,
schoolleven, aanraking met drugs, enzovoort? Burgess zoekt een middenweg:
"Jonge adolescenten zijn in de wolken over het feit dat er boeken verschijnen
die niet voor hun ouders of leerkrachten geschreven zijn maar echt voor hen.
Jonge lezers voelen zoiets onmiddellijk aan en zijn er zeer enthousiast over."
Een vijftienjarige lezer liet op het internet alvast weten:
"A huge bravo to Mr Burgess who has managed to write an unpatronising
and unmelodramatic teenage issue book."
Melvin Burgess
Foxy. Mijn leven als teef
Gottmer, Bloemendaal, 166 p., € 13,25.
vanaf 14 jaar.