Van
de Nederlander Daan Remmerts de Vries las ik jaren geleden Willis,
een mooi boek over een jongetje dat wil vliegen als een engel. Strikt genomen
ging dat boek over een kind dat de dood van zijn broertje probeert te verwerken,
maar Remmerts de Vries waakt erover dat die ernstige thematiek pas op de tweede
plaats komt. Zijn nieuwste boek voor kinderen heet Godje. Dat bewuste
godje is Robbie, een ettertje dat zijn vriendjes overbluft en vernedert. Robbie
spreekt de lezer toe, hij laat ons in zijn gedachten binnen. Je komt snel
te weten waarom hij zo onuitstaanbaar is en net daarom kun je niet anders
dan je toch met hem te identificeren. Hij probeert zich overeind te houden
in een gezin waar hij helemaal alleen staat, waar een bazige moeder de plak
zwaait, zus en broer ongeïnteresseerd zijn en zijn vader vaag blijft.
Niemand kijkt deze jongen eens recht in zijn ogen en hij heeft geleerd dat
onverschillig doen ten opzichte van vriendschap, stoer doen ten opzichte van
het leven, een manier is om te overleven. Ondertussen is hij best jaloers
op zijn vriend Simon, die durft te fantaseren en er niet eens voor uitgelachen
wordt.
We krijgen een geslaagde poging om de complexe verhoudingen
tussen kinderen te doorgronden. Waarom de ene de baas mag spelen over de andere
jongen en waarom zulke machtsspelletjes kunnen ophouden of net escaleren.
Robbie vindt aan het begin van het boek een mensenschedel, waar hij mee kan
praten. Hij noemt haar Gertrudis en zij houdt hem als het ware een spiegel
voor. Robbie bedenkt dat hij zijn vrienden echt mist, terwijl hij dacht dat
hij hen verachtte. Hij probeert een manier te vinden om een en ander recht
te trekken zonder zijn machogedrag af te zweren.
Daan Remmerts de Vries heeft een crapuultje neergezet zonder
er een typetje van te maken. Je voelt heel snel aan dat dit pesterig kind
veel meer in zich heeft en bezig is uit zijn rol te groeien. Lang voor hij
stopt met pesten en stoer doen is er diep vanbinnen al een kentering aan de
gang, een geleidelijke spoorverandering, een herziene visie op het leven.
Godje gaat erover hoe moeilijk het leven kan zijn voor een jongen van
pakweg tien of twaalf, hoe mysterieus verhoudingen in elkaar zitten en stelt
de vraag of ettertjes echt wel ettertjes zijn.
Godje is niet meer dan een weergave van een paar
dagen in het leven van een jongen die zich anders voelt dan de anderen. Er
zijn een aantal losse eindjes, ontmoetingen zonder gevolg, niet uitgediepte
situaties, maar daardoor is dit boek nog meer een slice of life, een
stukje leven van vandaag, zoals dat gaat in het dagelijks bestaan van een
gewone jongen. Het eind belooft voor Robbie een volwassener observatie van
het leven en zo is er toch een verhaal. Het klinkt clichématig, maar
de auteur is er echt in geslaagd in de huid van een jongen te kruipen. Hij
heeft overal aan gedacht: de taal, de stijl en de twijfels van een bazig ventje.
Je kijkt recht in de ogen en leest de gedachtegangen van een pester, en dat
is eens wat anders. Godje doet me denken aan de boeken van David Almond,
waarin praten met een schedel ook zou kunnen, waar de onvoorstelbare relaties
tussen kinderen ook voortdurend bestudeerd worden en er plaats is voor het
fantastische. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Tijgerhart, het
nieuwste boek van Almond, is in Godje de pester aan het woord en niet
het slachtoffer. Je voelt je daarom tijdens het lezen ongemakkelijk. De lezer
voelt zich aangetrokken tot dit slimme ventje met zijn vreemde ideeën
maar kan tegelijk niet anders dan hem in stilte vermanen vanwege de gemene
pesterijen.
Godje is een dun, maar indrukwekkend boek, door de
geloofwaardigheid op vlak van taal en stijl, een fijn werkje door de subtiele
humor en eigenzinnige kijk op het leven van een kind.
De
Vlaamse veertienjarige Anne Janssen debuteerde onlangs met Vijf letters,
meer niet. Of wat een tiener aan het papier toevertrouwt, uitgegeven moet
worden, is een discussie die wel eens gevoerd wordt. Het zou kunnen dat het
tienerwerk het goed doet, maar dat de klap des te groter is als de volwassen
schrijver plots geen erkenning meer vindt bij een ander lezerspubliek. Maar
het staat als een paal boven water dat er jonge mensen zijn die lovenswaardig
werk leveren dat puberale schrijverij ver overstijgt. Anne Janssen behoort
tot die enkelingen. Ze heeft een origineel en ontroerend boek geschreven over
Elise, wier ouders en zusje in een brand zijn omgekomen. Maar die naakte feiten
krijgt de lezer pas op het eind van het boek. Tot dan is het vooral de chaos
in het hoofd van het meisje waarover je leest. Herinneringen aan ouders en
zusje dringen zich op maar worden weer weggeduwd omdat die te veel pijn doen.
Onmacht uit zich in woede ten opzichte van iedereen met goede bedoelingen.
Je krijgt flarden van gesprekken van nu, afgewisseld met verwarde gedachtegangen
en flashbacks. Een warrig boek, dat de verwarde gemoedstoestand na een traumatische
gebeurtenis schetst. Vragen, twijfels en woede malen voortdurend in het hoofd
van Elise. Ze uit stille kreten: "Ik ben ik ben ik ben ik ben ik ben"
of "Ik zwijg . Ik zwijg, zwijg, zwijg, zwijg." Die frequente herhalingen
van woorden, zinnen of zelfs korte passages, hebben iets bezwerends. Elise
verdooft zichzelf met woorden, sluit zich op in haar eigen steeds ronddraaiende
gedachten, tot een psychiater en een vriendje haar helpen een nieuw leven
te aanvaarden.
Vijf letters, meer niet is fragiel en gevoelig zonder
flauw te worden. Zo zijn de herinneringen aan Elises ouders niet altijd even
fraai. Anne Janssens stijl is gewaagd, ze probeert een evenwichtsoefening
uit die fataal zou kunnen zijn. Ze dringt zo diep door tot de emoties van
een radeloos meisje dat je soms bang bent dat de magie zal verdwijnen. Maar
het evenwicht blijft behouden tot op het eind. Het is een heel zintuigelijk
boek. Elise klampt zich vast aan vertrouwde geuren en stemmen, aan de zachtheid
van een trui. Ze herinnert zich hoe het haar van haar beste vriendin vroeger
naar aardbeienshampoo rook en merkt het meteen op als dat niet meer zo is.
Elise wordt vrouw maar houdt als een kind vast aan vertrouwde indrukken. Dat
ze aan het eind van het boek het drama nog lang niet heeft verwerkt, wordt
duidelijk gemaakt. Het laatste hoofdstuk is mooi, hoopvol en schokkend tegelijk.
Natuurlijk merk je hier en daar dat de auteur nog heel jong is en lees je
passages die alleen door een veertienjarige bedacht kunnen zijn. Maar waarom
ook niet?
Vijf letters, meer niet is bijzonder overtuigend.
In die mate dat ik eerst verrast en toen erg blij voor haar was toen ik erachter
kwam dat Anne Janssen hiermee geen autobiografisch relaas heeft gedaan.
Daan Remmerts de Vries
Godje
Querido, Amsterdam, 87 p., € 11,50.
vanaf 10 jaar.
Anne Janssen
Vijf letters, meer niet
Afijn, Hasselt, 79 p., € 12,50.
vanaf 13 jaar.
Copyright
©
18 september 2002.