Frankrijk
heeft qua structuur wat weg van de Michelin-uitgave met dezelfde titel, met
een inleiding over de geografie van het land. Uitgangspunt bij Michgelsen
is de populaire Tour de France, want "Zelfs als je niet van wielrennen
houdt, zelfs als je nog nooit van je leven in Frankrijk bent geweest, heb
je ervan gehoord." Michgelsen gaat om te beginnen heel snel met de wielrenners
mee het land rond, en begint dan haar verhaal wat rustiger in Parijs. Parijs,
het wespennest waar de ouders van de naar het zuiden trekkende kinderen stevig
tegen opzien. Maar evengoed, de Michelingids achterna, over de belangrijkste
historische gebouwen, over Cité des Enfants en Disneyland en over de
ontstaansgeschiedenis van de hoofdstad. In volgende hoofdstukken worden de
grotten van Lascaux en andere voorhistorische vondsten belicht, trekken de
fameuze Franse koningshuizen aan ons oog voorbij, worden de guillotine en
de Franse Revolutie voorgesteld. Behalve in het hoofdstuk 'Parijs' vertrekt
Michgelsen niet van steden en streken, maar van thema's. Als ze de kastelen
wil aanpakken begint ze met een beschrijving van het prachtige Montségur
en de pijnlijke geschiedenis van de Katharen.
Een interessant hoofdstuk is dat over het Frans, over de
fonetiek ervan, de geschiedenis van erg belangrijke taal naar wat ze nu betekent,
over streektalen en patois, over de macht van taal. Achteraan staat een lijstje
uitdrukkingen en woorden, zodat de jonge reiziger zich duidelijk kan maken.
Vlamingen moeten dan wel rekening houden met een Hollandse fonetische transcriptie...:
"Zje svie Belzje", "Zje veu uun glaas" of "Sè
deegolas". Michgelsen speelt trouwens het hele boek door met taal. Zo
vertelt ze dat het houten balletje van de jeu de boules 'cochonnet' heet,
varkentje. Om het spel te beginnen moet je dus eerst "gooien met het
varkentje".
Ze snijdt ook minder bekende kantjes van de Fransen aan.
Zoals het verzet tegen de steeds dikker wordende platanen die de routes
nationales schaduw geven. Ze geeft er de nodige geschiedenis en achtergrond
bij en kruidt met haar eigen , grappige inzichten. "Er zijn borden geplaatst,
grote gele fluorescerende gevarendriehoeken, met alleen het woord Arbres!
Bomen! Alsof het gevaarlijke wezens zijn die plotsklaps de straat oversteken."
Letterlijk in de marge worden bijkomende informatie en kleine
weetjes meegegeven. Dingen waarover Michgelsen wellicht nog een fris hoofdstuk
had kunnen wijden. Over 'Le petit prince' bijvoorbeeld, waarvan de feiten
in twee zinnen worden neergepend onder het overlijdensbericht van de Parijse
kleermaker die in 1912 van de Eiffeltoren sprong met zelfgemaakte vleugels.
Een korte, soms zelfs vluchtige kennismaking dus met de vele facetten van
een onuitputtelijk land als Frankrijk, geschreven in een mooie taal met zin
voor humor en veel liefde voor het land.
Meestal eveneens in de marge, maar een enkele keer ook paginagroot,
zijn de tekeningen van Sieb Posthuma. Een verdienstelijk aquarellist, die
ook mooie illustraties maakte bij de kinderpoëzie van Eva Gerlach bijvoorbeeld,
maar die me hier zelden verrast. Liever had ik foto's van Frankrijk gezien,
zoals in een 'echte' reisgids. De tekeningen maken van deze gids uiteindelijk
'maar een kinderboek'. Waarom een weinig inspirerende tekening van het Michelin-mannetje
in de kantlijn als het beeldje in de meest onwaarschijnlijke omstandigheden
te fotograferen valt? Posthuma maakt dan wel grapjes met zijn tekeningen (een
slak met een baret op bijvoorbeeld, in het hoofdstuk over Frans eten), maar
waarom een naïef nagetekende Asterix? Of een twijfelachtige interpretatie
van een desman, een vreemd diertje dat zich zelden laat zien, en waar een
foto dus wellicht enig soelaas kan bieden. Michgelsen maakte van haar boek
een heel leuke gids, die je kunt lezen als een roman, maar toch vooral als
je met vakantie bent. In de file op de ring rond Parijs ben je toe aan het
hoofdstuk over Parijs en dan mag daar best een beeld bij dat je van in de
wagen net niet kunt zien.
Michgelsen heeft zich goed gedocumenteerd, en niet alleen
met kunsthistorische boeken. Michgelsen woont al een tijdje met haar gezin
op het domein van een klein kasteel in Frankrijk. Je voelt dat ze op de hoogte
is van hoe Fransen leven en wat hun bekommernissen zijn. Ze heeft overduidelijk
rekening gehouden met haar lezerspubliek, schrijft in een taal die gemakkelijk
is, en brengt de onderwerpen licht aan. Ze wijdt bijvoorbeeld een heel hoofdstuk
aan de scholen in Frankrijk. Hoe lang kinderen er naar school gaan, hoe klassiek
het onderwijs er is, hoe zwaar de boekentassen er wegen. Vlaamse kinderen
zullen zich er moeiteloos in herkennen, voor Nederlanders is dit exotisme.
Als Vlaming kom je met Frankrijk evengoed iets nieuws te weten over
Nederlanders, ook al was dat de bedoeling niet.
Niet dat op de achterbanken van de lange rijen wagens nu
allemaal lezende kindertjes te zien zullen zijn, maar Frankrijk is
voor iedereen die een beetje wil weten uitstekend voedsel. Eerder een snack
dan een uitgebreide maaltijd, maar kinderen moeten ergens beginnen.
Pauline Michgelsen
Sieb Posthuma (ill.)
Frankrijk
Querido, Amsterdam, 121 p., € 12,95.
vanaf 10 jaar.